Een gezond en comfortabel binnenklimaat als negentiende-eeuwse ontwerpopgave


‘Toch zit men ’s avonds, zoowel thuis als op concerten en in restaurants, in kamers en zalen, vooral’s winters, dicht bij elkander en ademt de bedorven lucht in, en verwondert zich als men hoofdpijn krijgt en op den duur bleek wordt; toch slaapt men in slecht geluchte kamers, dikwijls meerdere personen in dezelfde. Men kent de onaangename aandoening, die men ondervindt als men ’s morgens in eene nog ongeluchte slaap­kamer treedt; toch komt men er niet toe hierin verandering te brengen.’ Deze verzuchting van een zekere J.M. Oudendijk in 1888 laat zien dat de strijd voor een gezonder en comfortabel binnenklimaat ook aan het einde van de negentiende eeuw nog niet gestreden was, zeker niet met betrekking tot uitgaansgelegenheden, scholen, ziekenhuizen en arbeiderswoningen. En toch zijn er gedurende de negentiende eeuw enorme stappen genomen: medici en hygiënisten, gevolgd door ingenieurs en architecten hebben decennia lang hard gewerkt aan het in kaart brengen van problemen met het binnenklimaat, en de mogelijke technische oplossingen ervan.

 

Baden in weeldelees artikel

'Een gezond en comfortabel binnenklimaat als negentiende-eeuwse ontwerpopgave', 

in: Bulletin KNOB,

nr. 1, maart 2019, p.18-32.

 

     

overzicht publicaties